Waterveiligheid

In ons waterrijke land, grotendeels onder zeespiegel, zijn we meesters geworden in waterbeheersing. Om onze voeten droog te houden, hebben we manieren gevonden om water zo snel mogelijk af te voeren naar zee. We veranderden meanderende beken in rechte, efficiënte kanalen. We maakten afwateringssloten en legden ondergrondse drainages aan. Toch schieten deze maatregelen steeds vaker tekort. Het weer wordt extremer en onze rivieren treden steeds heviger buiten hun betonnen oevers. Regen stroomt in hoog tempo over kale akkers de dalen in en zet de straten blank. De snelle afvoer creëert een te grote waterpiek, met veel schade tot gevolg. Wilde natuur vertraagt water. Via kronkelende beken legt het water een langere weg af. Nevengeulen werken als haarvaten, waardoor het water geleidelijk kan wegvloeien. Op overstromingsvlaktes kan water in- en uitvloeien, zonde schade. Ook laat wilde natuur de bodem werken als spons: begroeiing als struweel en hellingbossen, en gezonde bodems houden meer water vast. 

Afbeeldingen
Image
Laag water in de nevengeul Klompenwaard