Rewilding werkt op een schaal van wildheid

Als de mens de handen aftrekt van een gebied zal er na verloop van voldoende tijd van alles gaan groeien en leven.

Dat werkt goed in grote, ontvolkte gebieden waar nog flink wat resten van de oude ecosystemen aanwezig zijn. Natuur die voortkomt uit helemaal niets doen, uit ‘passieve rewilding’, zou je een 10 op de schaal van wildheid kunnen noemen (met een betonnen stad zonder groen of water een 1).  

Rewilding is lang niet altijd níets doen. ARK vat ‘rewilding’ op als een actie: de natuur helpen opnieuw wild te worden. Met wild bedoelen we dan: dynamisch, zelf organiserend, spontaan, ongepland. Dat kan door bestaande natuur minder te beheren en door ruimte die eerst anders in gebruik was terug te geven aan de natuur. Een landbouwgebied, een industrieterrein, spoortracé of kleiwinningsgebied. In de Millingerwaard is goed te zien wat dat laatste kan opleveren.

Rewilding Index

Wildheid meten is niet zo makkelijk. Pas recent is hier een goede manier voor ontworpen, namelijk de Rewilding-index. Aan de hand van negentien indicatoren in twee categorieën, menselijke invloed en ecologische integriteit, kunnen we de rewildingstatus van een gebied in een bepaald jaar bepalen en zo bekijken of de rewildingstatus is veranderd in een specifieke periode. De index meet de mate waarin de natuur zelfsturend is en hoe groot de verscheidenheid aan ecologische processen is. De rewilding-index telt geen soorten maar meet hun functies in de ecologie van een gebied.  

In Nederland, waar elke vierkante meter voor meerdere doelen wordt geclaimd, is een 10 op de schaal van wildheid op weinig plekken mogelijk. Misschien in nog in te stellen strikt beschermde gebieden op de Noordzee of het Wad. Voor de natuur is elke trede omhoog op de rewilding-index waardevol. Denk aan seizoensbegrazing door runderen van één leeftijd vervangen door jaarrond begrazing door een familiegroep runderen. Of aan het laten liggen van hout na stormschade in een ouder bosgebied en wachten op natuurlijke verjonging in plaats van ruimen en herbeplanten. 

Image
Sleutelrol bodemwoeling. © Jeroen Helmer

Wetenschappelijke bronnen

Measuring rewilding progress

Leeswijzer
Dit artikel biedt voor het eerst een index waarmee de ecologische aspecten van rewilding gemeten en beoordeeld kunnen worden: de rewilding index. Voor een betere uitleg wordt hij op drie rewilding-voorbeeldgebieden toegepast. Het kwantificeren van rewilding-processen is van groot belang en voor de acceptatie en het draagvlak van deze aanpak is daar grote vraag naar.
Abstract
Rewilding is emerging as a promising restoration strategy to enhance the conservation status of biodiversity and promote self-regulating ecosystems while re-engaging people with nature. Overcoming the challenges in monitoring and reporting rewilding projects would improve its practical implementation and maximize its conservation and restoration outcomes. Here, we present a novel approach for measuring and monitoring progress in rewilding that focuses on the ecological attributes of rewilding. We devised a bi-dimensional framework for assessing the recovery of processes and their natural dynamics through (i) decreasing human forcing on ecological processes and (ii) increasing ecological integrity of ecosystems. The rewilding assessment framework incorporates the reduction of material inputs and outputs associated with human management, as well as the restoration of natural stochasticity and disturbance regimes, landscape connectivity and trophic complexity. Furthermore, we provide a list of potential activities for increasing the ecological integrity after reviewing the evidence for the effectiveness of common restoration actions. For illustration purposes, we apply the framework to three flagship restoration projects in the Netherlands, Switzerland and Argentina. This approach has the potential to broaden the scope of rewilding projects, facilitate sound decision-making and connect the science and practice of rewilding.