Voorjaarsflora
Terwijl ik naar mijn vaste plekje wandel hoor ik het water van de bronbeek al stromen. Zo ongeveer het meest rustgevende geluid dat er is; kabbelend water. Maar ik ben hier met een missie, dus ogen weer open en al snel zie ik het zachte Paas-geel van de slanke sleutelbloemen. In kleine en grotere bosjes verspreid in het beekbegeleidende bos met omgevallen bomen waar ook andere voorjaarsflora weelderig groeit. Behalve de slanke sleutelbloemen staat dit bosje vol met speenkruid en bosanemoontjes, ondanks dat het gebied begraasd wordt.
Hooglanders
De kudde hooglanders is qua grootte afgestemd op het gebied; het hele jaar vinden ze er te eten. Onder andere aan de voorjaarsflora in het bos kan ik zien dat er niet teveel grazers in het gebied staan. Er heeft zich in dit gebied een mozaïek ontwikkeld van kort begraasde stukken afgewisseld met ruigere delen, waarin ook voorjaarsbloeiers kunnen blijven bloeien en zelfs uitbreiden. De grote grazers lopen overal rond en bij overbegrazing zouden de meest drassige plekken in het gebied helemaal vertrapt worden. Dan zou hier geen sleutelbloempje meer staan!
Dat extensieve jaarrondbegrazing prima samen gaat met voorjaarsflora in hellingbossen in Zuid Limburg is al eens onderzocht in De Dellen. Dit hellingbos bij Meerssen wordt al sinds 1997 begraasd door een kudde Gallowayrunderen.
Samenspel
Natuurlijk laten de grazers hun sporen achter: langs de beekranden bij Wolfhaag en Meelenbroek zie ik hoe ze de oevers verder hebben afgetrapt. Het water krijgt zo meer ruimte om te meanderen, om uit te treden en kleine moerassige zones te vormen. In de pootafdrukken ontstaan mini poeltjes waarin ik zelfs kikkerdril ontdek! De veranderingen die door de dynamiek van de grazers ontstaan zijn geleidelijk en subtiel, maar ze maken een wereld van verschil. Het water blijft langer hangen in het systeem, zakt rustiger de bodem in en voedt de bronbeekjes die zo kenmerkend zijn voor deze regio. De zachte structuurovergangen bieden de meest ideale habitats voor insecten en vlinders. Wat hier gebeurt, is geen strak geregisseerd natuurbeheer, maar een samenspel van processen. Begrazing, water, bodem en vegetatie versterken elkaar. Elke pootafdruk, elke opengetrapte oever en elke gezonde koeienvlaai draagt bij aan een landschap dat steeds veerkrachtiger wordt.
Er staat nog meer geel te bloeien aan de rand van het bos: dotterbloemen! In een moerassige zone breiden deze zich langzaamaan uit; net als de slanke sleutelbloemen onverstoord door de grote grazers. Rondstruinend door het frisse groen van moerasspirea, holpijp en de eerste biezen en zeggen word ik verrast door de kreten van twee hazen die in het veld aan het rammelen zijn. Nu is de voorbode van Pasen voor mij compleet! Voldaan en opgeladen keer ik weer huiswaarts, opnieuw bevestigd gekregen wat ik al wist: de natuur blijft verrassen – zolang wij haar de ruimte geven.